Songtekst Beestenboel (Opgezwolle)
Songtekst: Opgezwolle - "Beestenboel"
Musicfrom Network heeft toestemming van Stichting Musi©opy om deze songteksten te tonen. De songteksten mogen niet anders dan voor prive-gebruik gebruikt worden, iedere andere verspreiding van de songteksten is niet toegestaan.
beestenboel ik dacht dat ik een mens was – ik had ’t fout ik ben een dier en manieren moet ik leren van Martin Gaus of Steve Irwin waarvan men zegt ‘Wat een waus…’ maar van mij krijgt die krokodillen-kil een hard applaus ik ben een raptiel, warm op in de zon in een tropisch paradijs onder een eucalyptusboom daar lig ik dan bij m’n dagelijkse visplaats want het dilemma van een drinker is water is schaars ja, en wie denk je dat daarvan profiteert ja, wie? nou ik want ik ben al jaren de baas hier het menu van vandaag bestaat uit een knaagdier en een na de dood gearriveerde aasgier tsja, mensenzijndieren,mierenop eenhoop ja, iedereen loopt rond te stieren voor z’n brood eten om te overleven is een teken van instinct zie de mens als een kat in het nauw en kijk hoe die springt het zit zo: aanbeland bij de paringsdans in de disco je wilt een chick en je flipt als het misloopt met je maten, zoekend naar de beste dame om een nest te maken, de mensen beginnen gestresst te raken wel goed te eten boven aan de voedselketen je ziet: ik heb m’n biologieboeken gelezen en voel de gelijkenis, ogen open en kijk ‘s zie dat de mens een jager, een krijger als een tijger is we willen glamour en niet glitters als een ekster streken die we leveren steken gelijk als wespen dus ik spit het rustug, hou ’t nog steeds koel met m’n speekselsmoel spuug ik die beestenboel je weet wat ik bedoel met een fotocamera van de Dixons schiet ik plaatjes van cobra’s of boa constrictors slangen sluipen stiekem, (dooien) hadden niks door en voor je het weet wordt je gewurgd, gebeten en opgegeten ze zullen smullen, jullie moeten terug leren vechten om te willen overleven, maar als het goed is zit dat in je bloed hoe dan ook: een man moet die voortanden klappen als een Mammoet kangaroe’s springen van de zebrapad terug naar de overkant kakkatoe’s en kakelende kippen verzinnen zomaar wat slappe bullshit praten vlug achter je rug om of maken van een mug een olifant dat komt m’n spuigaten uit, ik maak dominant geluid ren zo een jachtluipaard eruit, de baas in huis de koning van de jungle daagt je uit de leeuw brult en lult met Hans Teeuwes taalgebruik beestenboel… beestenboel… uh, ja, ja, ja je begrijpt wat ik zeg, daarom grijp je dus een flessie bier we geven gelijkenissen tussen mens en dier dieren voeren een strijd om macht, wij dus ook we gingen vroeger al op jacht met een pijl en boog m’n moeder heeft geen skeit, ze beschermt ‘r kroost ook al voer je dan niks uit je bent niet werkeloos natuurlijk bepaalt eeniedereen z’n eigen taak om deze reden zijn die beestenboel-rijms gemaakt napratende papegaaien en haaien die snaaien ja, de survival van de taaiste, ik dis vissen niet één overstroming en vissen voelen zich de koningen in onze woningen als dijken doorbreken, de meeste mensen bezweken, zijn deze beesten nog altijd in leven ik geef je info, hou ’t nog steeds koel met m’n speekselsmoel spuug ik die beestenboel uhhh… ...
