Foto : Paul Verhagen
Brussel – 2008
Je nieuwe plaat Brussel noemen terwijl je naam is afgeleid van een dubbel en dwars Nederlands fenomeen. Breekt De Dijk hier definitief met het verleden?
Nee is het antwoord. En ook een beetje ja. Het roer gaat bij De Dijk niet zomaar om. De Amsterdammers liggen daarvoor te goed op koers. Verandering vindt er binnen de gelouterde band echter voortdurend plaats. In een humaan ritme. Het natuurlijke ritme van de groei.
Souplesse is daarbij het toverwoord. Zanger Huub van der Lubbe constateert dat het maken van een plaat bij De Dijk tegenwoordig soepeler gaat dan ooit. Vroeger ging de band vaker helemaal tot het gaatje. Menig bandlid lag dan 's nachts wakker van uiterst belangrijke bijzaken, zoals het vinden van de ultieme cd-titel of de precieze samenstelling van dat ene overgangsakkoord.
Anno 2008 zijn de mannen van De Dijk een tikkie minder streng voor zichzelf geworden. En voor elkaar. De boord ietsje minder strak, de riem een gaatje minder ver. Zo'n relaxte houding verschaft ademruimte, zodat alle energie zich automatisch richt op datgene waar het allemaal om draait: la musique.
Laissez-faire dus. Zonder te verslappen. Dat dit elan van rotsvast vertrouwen en ontspanning mooie muzikale spanning kan opleveren blijkt op Brussel, de veertiende studioplaat van De Dijk.
Vanuit de ontspannen focus van 'laat maar komen' zijn er vijftien nieuwe nummers opgenomen. Twee weken achtereen bivakkeerden de bandleden gezamenlijk in de gerenommeerde Brusselse ICP-studio's. Zij werden er volledig geabsorbeerd door de muziek. De chemie en de intensiteit van het samen spelen én van het samen de dagen met elkaar doorbrengen druipt van de opnames. De live-kwaliteit van De Dijk werd nog niet eerder op zo'n warme, levensechte wijze in een studio geregistreerd. 'Wat je hoort is het pure plezier in het muziek maken', zoals Van der Lubbe het zelf verwoordt.
Met hoorbaar gemak en plezier rekken Huub van der Lubbe, Antonie Broek, Nico Arzbach, Hans van der Lubbe, JB Meijers, Pim Kops, Peter van Soest en Roland Brunt hun eigen muzikale gewesten op.
Brussel is zelfs driétalig, want in de dampende soulstamper Het moet en het zalkomt er een Engelstalig refrein voorbij. Het wordt gezongen door niemand minder dan soulzanger Solomon Burke himself. Huub is sinds zijn jeugd groot fan van dit Amerikaanse soul-icoon. En nu gaat hij zelfs met zijn grote held in duet. Zoiets verzin je niet van tevoren. Toch kwam het tot stand. En er zit een prachtig verhaal achter.
Ook de in het Surinaams gezongen kaseko-kraker Mira heeft een jongensboek waardige voorgeschiedenis, waarin toeval en associatie een hoofdrol spelen. De Dijk voerde dit lied van Lieve Hugo uit in het Amsterdamse Concertgebouw tijdens een benefiet voor die zelfde Lieve Hugo, 'the king of kaseko'. Het beviel de band dusdanig goed dat het uiteindelijk terechtkwam op Brussel. Van der Lubbe: 'Mira is onze hommage aan Suriname. Wij zijn daar nu een paar keer geweest en het is ons erg goed bevallen. Vroeger hadden wij er waarschijnlijk niet over gepeinsd om zo'n voor ons a-typisch nummer op een plaat te zetten, maar die schroom voelen wij niet meer. Mira is een mooi voorbeeld van hoe dingen tegenwoordig zomaar op ons pad komen. Het swingt bovendien als een gek.'
Brussel bruist, is divers en draagt dus een internationaal karakter. Brussel is bovendien levensecht en bij vlagen zeer ontroerend. Zo is Mijn van straat geredde roos een klassieker in de dop. Een aanstekelijke tranentrekker in de knop (mede met dank aan Barry Hay). De eveneens melancholieke bonustrack Ik heb je in mijn hoofd gehaald is van een Leonard Cohen-achtige schoonheid en de Concordia-cover Mooier dan nu is een mooi lichtvoetig popliedje met mandolines waar je zomaar, plotsklaps, zonder verdere aanleiding verliefd van zou kunnen worden. En die gevoelige momenten worden weer afgewisseld met venijnige staaltjes rock, blues, pop en soul van de bovenste plank, zoals wij dat van De Dijk kennen.
In de tergende, Europese blues van Ga weg en kom terug voel je bijna hoe de band in de studio het kookpunt nadert. Steeds sneller, steeds luider. De accordeon stuwt, de drums zuigen en de slidegitaar geeft snauwend commentaar op de hartenkreet van de zanger. Chemie in alle vezels van het musicerende lichaam. Los en beheerst. Net als Jacques Brel ooit klaarspeelde in zíjn Bruxelles.
Ook de teksten, bij De Dijk de basis voor elk nummer, bruisen van vitaliteit. In Niet de lijnen, maar de bocht, éen van de sleutelsongs op Brussel, heeft Van der Lubbe het over 'de speurtocht, niet de vondst' en 'niet het racen, maar het rijden'. Die vliegers gaan hier regelrecht op. Finishen geeft weliswaar een korte, heftige kick, maar juist de lange tocht naar het eindpunt dient intens beleefd te worden. Die levensinstelling is duidelijk te horen op Brussel.
De zanger-tekstschrijver richt zich daarbij zoals altijd op het wezenlijke in het leven: de liefde en het echte gevoel, temidden van alle waanzin, alle pijn, 'al het gelazer' in de wereld. Hij schudt daarbij een tijdsbeeld uit de mouw dat er niet om liegt. 'Wij maken op Brussel de stand op. Wij, hier, nu: wat vinden wij er van? Onze platen veranderen ook mee met de tijd. En door het ouder worden is er een soort kramp af van 'hoe te leven'. Ik heb mij nog nooit zo gelukkig gevoeld als in de laatste paar jaar. Dat zal ook wel zijn weerslag hebben gehad in mijn teksten'.
Alle bandleden hebben weer nummers geschreven voor de plaat. Het procédé is bekend: Huub van der Lubbe levert de teksten aan en de anderen gaan geïnspireerd aan de slag met akkoorden, melodieën en ritmes.
Dat Van der Lubbe tegenwoordig ook zelf gitaar speelt is vooral van invloed geweest op zijn zangprestaties. 'Ik heb daardoor een enorme winst geboekt met het zingen. Ik kan de nummers nu zelf thuis oefenen en heb alles dus meer dan twee keer zoveel kunnen repeteren dan voorheen. Dat hoor je aan de zang af, vind ik. Ik voelde geen schroom of twijfel meer in de studio.'
Brussel is een veelkleurige eenheid geworden. De Dijk weet van geen wijken.
« Minder